Categorieën
Voorschriften

Ongelovig

Ooit kon je aan de Universiteit Antwerpen binnen de Nederlandse taal- en letterkunde het vak ‘De Bijbel’ volgen. De gereputeerde Joyce-specialist én ongelovige professor dr. Geert Lernout doceerde over het oudste boek als literaire tekst.

Want het is niet omdat je ongelovig bent, dat je de verhalen uit de Bijbel niet zou lezen. Net zo denkt de Nederlandse schrijver Guus Kuijer erover. Hij herschreef het Oude Testament in zes delen en noemde het De Bijbel voor ongelovigen.


Voorschrift

Guus Kuijer
De Bijbel voor ongelovigen
Querido, 2015
p. 5

Het begon met een woord. Het was een woord dat zomaar in mijn hoofd opkwam en nergens bij hoorde. En dat woord was:
G O D
Het was eigenlijk een woord van niets, maar het sprak me aan. Het straalde kracht uit, maar het betekende niets en het had niets te doen. Toen dacht ik: zo is alles begonnen. Toen er nog niets was, was er een woord dat heel sterk was, maar dat niets betekende en niets te doen had.
Daarom gaf ik het woord ogen, oren, handen en voeten.
Toen God eenmaal uit zijn ogen kon kijken, dacht hij: Ik zie niets. Wat heeft het voor zin om te kijken als er niets is?
God was helemaal alleen in de leegte.
‘Het is niet anders,’ zuchtte hij. ‘Er is niets. Ik moet er maar iets van maken.’


Alhoewel de wetenschap de religie inmiddels heeft ingehaald, snakken we toch naar verhalen die oeroude patronen blootleggen. Een broedertwist, het lot van de onvruchtbare vrouw, de jaloerse man, de tirannieke vrouw, de onmacht, de leugens, de generatiekloof, de radeloosheid, de onredelijkheid… het komt allemaal terug in de oudste vertellingen.

Stephen Fry schreef Mythos.
Bart Moeyaert en Peter van den Eede brengen Het hele leven.
Laaf je aan fictie. Je hoeft het niet te geloven, maar veel ervan is waar.