Categorieën
Troost Voorschriften

Moeder – Dochter

Lucy Barton ligt al drie weken te zieltogen in het ziekenhuis wanneer op een dag haar moeder aan het voeteneinde van haar bed zit. Jaren heeft ze haar moeder niet meer gezien en nu vertelt die zachtjes verhalen over mensen uit het verleden. De kracht van die simpele verhalen heelt voorzichtig de uiterst kwetsbare moeder-dochter-band.


Voorschrift

Elizabeth Strout
Ik heet Lucy Barton
Barbara de Lange (vert.)
Olympus, 2016
p. 92

De avond in het ziekenhuis waarop ik vond dat ik onaardig was geweest tegen mijn moeder toen ik zei niet te geloven dat het haar überhaupt iets kon schelen hoe het was om beroemd te zijn, kon ik de slaap niet vatten. Ik was onrustig; ik moest huilen. Wanneer mijn eigen kinderen huilden, brak mijn hart, dan kuste ik hen en vroeg wat eraan scheelde. Misschien deed ik dat wel te veel. Ook wanneer ik ruzie had gehad met William moest ik wel eens huilen, en ik kwam er al snel achter dat hij niet het type man was dat er een hekel aan had een vrouw te horen huilen, zoals veel mannen, maar dat dan al het kille in hem brak, en als ik erg hard huilde nam hij me bijna altijd in zijn armen en zei: ‘Stil maar, snoepje, we komen er wel uit.’ Maar bij mijn moeder durfde ik niet te huilen.


Zodra je begint te lezen, bekijk je eigenlijk een schilderij.
Je ziet ze samen. De dochter in bed, de moeder op een stoel ernaast. Allebei hebben ze te weinig taal om hun verlangen naar verbondenheid en intimiteit uit te drukken. Ook hun lichamen schieten tekort.

Maar er is verlangen en mededogen.
Er is zachtheid en begrip.